U ziet hier een vervanging van de echte website. Deze paginas onthouden alleen de meest belangrijke informaties en zijn niet voor elk internetbrowser geoptimalizeerd. Voor de echte website met alle functies heeft u het Flash-Plugin nodig.
Download Flash-PlugIn!
Deel 5 / 5

Een lamme arm niet in gebruik in de ruststand aan dek.

Een met turf geladen tjalk met opdrukker. De De scheepsvrouwe aan het helmhout van de tjalk. (lrt op de verlenging)

Vrachtschepen overwinterden vaak daar waar zij toevallig vastgevroren waren, met het hele gezin (10-14 pers) aan boord.

Tijdens de scheepvaartcrisis in de 30er jaren moesten veel schippers in de winter hun mast in de kachel opstoken.
Geschiedenis
Eind 19e eeuw ontstond door de opkomst van het vervoer per rail een belangrijke concurrent voor de binnenvaart. Met de komst van benzine - en diesel-motoren nam het vervoer over de weg toe.
De vrachtauto was in het begin van de 20e eeuw vooral een concurrent van het vervoer over korte afstand.
Snikke- en beurtvaartdiensten die over korte afstand diensten onderhielden legden het eerst het loodje tegen de vrachtauto. Veel beurtvaartschippers verruilden noodgedwongen het helmhout voor een stuur en werden zelf vrachtwagenchauffeur.
Een andere ontwikkeling begin 20e eeuw was de motorisering van de binnenvaart. Schepen die de veenkoloniale kanalen bevoeren waren bijna allemaal platbodems. Inbouw van motoren was vanwege de geringe diepgang van deze schepen op zich niet zo rendabel. De schroef stak bij een ledig schip te ondiep. Bovendien betekende inbouw van een motor verlies van laadruimte of wooncomfort.
Een oplossing was het aanbrengen van een
zogenaamde "lamme arm". De motor werd dan op het voordek geplaatst. Met behulp van een takeltje werd de schroef aan de zijkant in het water gelaten. Lag het schip
stil, dan takelde men de schroef bovendeks.
Een andere optie was de aanschaf van een opdrukker ook wel opduwer genoemd. Dit was een klein motorbootje die achter het schip werd bevestigd of dienst
deed als sleper.
Meest gebruikelijk was het dat de opdrukker stijf tegen het achterschip aan zat. Voordeel daarvan was dat men met een soort afstandsbediening de motor kon bedienen en er niet nog iemand nodig was om het bootje te bevaren.
De motorisering betekende uiteindelijk de ondergang van zeilende vrachtvaart. Aan het eind van de 30er jaren van de 20e eeuw waren bijna alle vrachtschepen met motoren uitgerust en waren de zeilen verdwenen.
Enkele vrachtschepen zeilden nog tot in de 50-er jaren, maar daarna was het voorgoed voorbij.
Het einde van de zeilende vrachtvaart