U ziet hier een vervanging van de echte website. Deze paginas onthouden alleen de meest belangrijke informaties en zijn niet voor elk internetbrowser geoptimalizeerd. Voor de echte website met alle functies heeft u het Flash-Plugin nodig. Download Flash-PlugIn!
Deel 4 / 5
Voor eenr Machinefabriek in Veendam ligt ewn snik met producten van de fabriek.
Op een houten tjalk droogt het zeil. De schipper zal aardappelen laden.
Een werf in Franeker met een snik en een houten tjalk in de achtergrond
Een scheepsjager met zijn paard.
Geschiedenis

De opkomst van de aardappelzetmeel- en strokartonindustrie zorgde voor nieuwe ladingen. Transport van landbouwproducten naar de fabrieken vond altijd in de herfst plaats en werd de campagnevaart genoemd. Een groot deel van deze ladingen gingen buiten de beurs om. De schepen bezaten soms zelf ook schepen die werden bevaren door zogenaamde fabrieksschippers.
Turf werd ook voornamelijk in de herfst getransporteerd. Sommige schippers kochten zelf een lading turf en probeerden deze lading in de wintermaanden aan de
man te brengen. Men noemde deze schippers "eigenhandel turfschippers".

Bleef Blieb der Wind aus oder waren auf der Strecke zu viele Brücken und Schleusen, blieben einem Schiffer eigentlich
nur zwei Möglichkeiten; entweder selbst das Schiff ziehen oder ziehen lassen, oder einen Schiffstreidler mieten.
De scheepsjager liep al in de 17e eeuw langs de kanalen.
Hij verhuurde zijn paard aan schippers om schepen te trekken.
De scheepsjager liep met zijn paard meestal een vast traject tussen twee sluizen. Moest het schip nog verder, dan droeg hij het schip over aan een and e re scheepsjager. Sommige scheepsjagers waren nogal berucht om hun drankmisbruik.

Bovendien braken er regelmatig vechtpartijen uit tussen scheepsjagers onderling of tussen scheepsjagers en schippers. Om deze strubbelingen te voorkomen werd in 1903 de scheepsjagerspenning ingevoerd.
Zeilende bedrijfsvaart in Noord Nederland